Educatie

Voor scholieren

De lesmodules van Romeinen.nl bestaan uit:

  • lessuggesties, lesmateriaal en werkvormen voor in de klas
  • achtergrondinformatie bij het thema
  • suggesties voor aanvullend lesaanbod in en buiten de klas
  • tips, inspiratie en verdieping

Zie:Lesmodules | Romeinse limes Nederland en RomeinenNU

Nieuw lesmateriaal Limes voor bovenbouw basisonderwijs

Op het digitale platform romeinen.nl zijn sinds begin september tien thematische lesmodules beschikbaar rondom de Limes en de Romeinse tijd in Nederland. Iedere module bestaat uit lessuggesties, lesmateriaal en verschillende werkvormen. Per thema vinden leerkrachten achtergrondinformatie, tips, inspiratie en een aanvullend lesaanbod voor in en buiten de klas. Het materiaal is bedoeld voor de bovenbouw van het basisonderwijs.

Bron: Romeinen.nl

Nieuwe ontdekking

Nieuwe ontdekking

Romeins heiligdom ontdekt: Hier gaan specialisten nog jaren van
smullen; Altaren, godenbeelden, resten van offers aan bijvoorbeeld Mercurius, Hercules & Magusanus

De Limes

De Limes

Dwars door het huidige Nederland, langs de Rijn, liep tweeduizend jaar
geleden de noordelijke grens van het immense Romeinse Rijk: de Limes.

Leer over Romeinse geschiedenis en Archeologie

Bij Nigrum Pullum kunnen scholieren veel te weten komen over de Romeinse geschiedenis en archeologie. De Romeinen zijn ca. 230 jaar hier geweest. Hoe leefden zij, hoe lang waren zij hier, hoe dreven zij handel en hoe was de omgang met de bevolking?
De Romeinen hebben destijds ook veel cultuur en techniek meegebracht naar Nedergermania zoals Nederland en Duitsland toen nog heetten.

De provincie Germania Inferior, waar de castella Albaniana en Nigrum Pullum de noordelijke Rijngrens bewaken, bestaat officieel pas sinds het jaar 89 CE. Julius Caesar heeft het vrije gebied ruim een eeuw eerder echter al ingelijfd.
Tijdens de Gallische Oorlogen is het Romeinse grondgebied door Julius Caesar behoorlijk uitgebreid. Nadat de Eburonen, en hun Belgische bondgenoten, in 54 BCE zijn verslagen heet het gebied Gallia Belgica. Vele tientallen jaren later, in het jaar 16 of 17, worden er drie Gallische zelfstandige provincies ingesteld. Het noordelijke deel van Gallië is de nieuwe provincie Gallia Belgica. Het midden is de provincie Gallia Lugdunensis en het zuiden heet Gallia Aquitania.
Ook Germania Inferior en Germania Superior zijn dan herkenbare gebieden, maar zij krijgen niet de bijbehorende officiële status. De Germania’s blijven vooral financieel afhankelijk van Gallia Belgica.


Het Rijngebied is al door keizer Augustus benoemd tot grensgebied. Toch zijn er nog tientallen jaren pogingen om de grens te verleggen naar de rivier de Elbe. Daarom ligt het Rijngebied aanvankelijk redelijk veilig en niet aan de grens. Uiteindelijk wordt in 47 CE definitief door keizer Claudius besloten om de Rijngrens in te stellen, vooral vanaf Noviomagus (Nijmegen) tot aan de Noordzeekust. Direct daarna worden ook de meeste grensforten gebouwd.
Pas in het jaar 89 besluit keizer Domitianus dat zowel Germania Inferior als Germania Superior geheel zelfstandige provincies worden. De hoofdstad van Germania Inferior is Colonia Agrippina, het latere Keulen. De provincie wordt ingedeeld in verschillende bestuurseenheden. Naast Colonia Agrippina zijn dit: Colonia Ulpia Traiana (Xanten), Ulpia Noviomagus Batavorum (Nijmegen), Atuatuca Tungrorum (Tongeren) en het nieuw gestichte Municipium Aelium Cananefatum (Voorburg).


Deze laatste is het meest noordelijk gelegen bestuurscentrum op het continent. Het is een typisch Romeinse enclave met een Romeins stratenpatroon. Het stadje krijgt in 124 van keizer Hadrianus marktrechten en heet voortaan Forum Hadriani.

Forum Hadriani te Voorburg; foto NAD

Het ontstaan van een Romeinse grens

De Nedergermaanse Limes is in 2021 erkend als Unesco Werelderfgoed. Het Nedergermaanse deel van deze Romeinse Rijksgrens loopt van de Noordzeekust tot vlak onder Bonn. Het Alphense castellum Albaniana is echter ouder dan deze grens, terwijl het Zwammerdamse Nigrum Pullum speciaal als grensbewaking is gebouwd.
De Nedergermaanse Limes, spreek uit lie-mes, is als hoofdstroom van de rivier in de Rijndelta een duidelijk zichtbare Romeinse grens. Net zoals de Muur van Hadrianus in het noorden van Engeland een zichtbare Romeinse grens is. Beide grenzen zijn onderdeel van de limes rond het hele Romeinse Rijk.

Nu is de limes langs de Rijn wel een stukje ouder dan de tweede-eeuwse Muur van Hadrianus. De Romeinse grens is in de Rijndelta rond het jaar 47 vastgesteld. Dat is ook het startpunt voor de bouw van verschillende grensforten, zoals Nigrum Pullum, tussen een aantal bestaande castella, zoals Albaniana. De opperbevelhebber in dit gebied is generaal Corbulo. Hij is in de jaren ’40 druk bezig met de verovering van Germaanse gebieden in het noordwesten van het Romeinse Rijk in opdracht van keizer Caligula. De opvolger van Caligula, keizer Claudius, vindt het welletjes.

Er zijn te veel verliezen en er is te weinig succes. Keizer Claudius besluit dan ook in het jaar 47 dat de rivier de Rijn voortaan de noordgrens is van het Romeinse Rijk in wat later Nederland zal heten. Verschillende castella worden langs de rivier gebouwd om deze grens te bewaken én om de transportroute te beveiligen.
Nigrum Pullum wordt als grensfort gebouwd en het bestaande Albaniana hoort voortaan ook bij de Nedergermaanse Limes.

Foto: Leo van Sister | in museumpark Archeon worden de Romeinse goden vereerd

Goden en Romeinen

De Romeinen gaan gemakkelijk om met goden. Net als andere volkeren in de Oudheid hebben zij er veel en is iedereen vrij om zijn of haar eigen religie aan te hangen. Tijdens de eerste eeuwen van het Romeinse keizerrijk is de enige constante de keizercultus.
Het oorspronkelijke Romeinse godenrijk is vooral vergelijkbaar met het Griekse. Daarom zijn ook veel goden en godinnen zowel van Griekse als van Latijnse namen voorzien. Zo zijn oppergod Zeus en Jupiter dezelfde goddelijke persona, evenals godin van de wijsheid Athena en Minerva of godin van de jacht Artemis en Diana. Voor hen worden grote tempels gebouwd.


Minder verheven zijn de huisgoden, de Laren. Zij beschermen huis en haard en worden geassocieerd met de voorouders. De Laren hebben hun plaats in een lararium en worden in elk huishouden vereerd. Keizer Augustus introduceert zijn eigen genius, persoonlijke beschermgeest, in deze cultus.
In de vroege keizertijd ontstaat de keizercultus. Een, meestal overleden, keizer krijgt een goddelijke status en een eredienst. In principe gaat het om persoonsverheerlijking. Deze wordt toegevoegd aan de bestaande individuele geloven. Het principe is dat iedereen zijn of haar eigen goden vereerd plus de keizers met goddelijke status.


Het adopteren van een ‘vreemde’ god in de eigen cultus is voor de Romeinen gewoon. Zodra een gebied is overwonnen, worden de goden van de bewoners geromaniseerd. Vaak worden de oorspronkelijke namen gecombineerd. Een voorbeeld is Hercules Magusanus. De Bataafse god Magusanus en de Romeinse Hercules zijn naadloos samengevoegd en worden als een en dezelfde god vereerd onder de naam Hercules Magusanus.

Volkeren & stammen

Kelten en Germanen worden door de Romeinen beschreven als volkeren. Een politieke eenheid wordt door hen gezien als een stam. De mensen waar het over gaat, zien dat heel anders. De meeste bewoners in Europa horen gewoon bij een familie en soms bij een los-vaste groep die samenwerkt.
Nationale staten zoals we die tegenwoordig kennen, bestaan

in de Romeinse periode niet. De Romeinen hebben een georganiseerde staat op het Italische schiereiland. De rest van het Rijk bestaat uit veroverde gebieden, onderworpen gebieden, bezette gebieden, bevriende gebieden en grensgebieden. Daarnaast zijn er gebieden die in het Vrije Germania liggen of in de Sahara of in het Verre Oosten.
Stammen zijn niet heel vast omschreven en hebben in principe geen etnische basis. Het gaat over het algemeen om politieke eenheden. Dat is ook de reden dat stammen vaak los-vaste verbanden zijn van allerlei groepen die ongeveer in hetzelfde gebied wonen en een gezamenlijk doel hebben.


Het ontstaan en verdwijnen van een bepaalde stam in de Romeinse periode heeft hier ook mee te maken. Soms verhuist een groep naar elders en krijgt daar een nieuwe naam, bijvoorbeeld de Bataven. Soms is er sprake van onderwerping, eventueel in combinatie met een vorm van genocide, bijvoorbeeld de Eburonen. Soms gaan kleinere groepen samenwerken en worden vervolgens als stam gezien, bijvoorbeeld de Franken.


Het benoemen als Kelten en Germanen is voor Romeinse schrijvers een kwestie van afzetten tegen de tegenstanders. De barbaren moeten tenslotte een naam hebben. Kelten en Germanen zien zichzelf echter helemaal niet als volk of natie.
Wel is er een verschil in taal en cultuur te duiden. Het Germaanse taal- en cultuurgebied ligt in Noord- en Baltisch-Europa. Het Keltische taal- en cultuurgebied ligt zuidelijker, van de Balkan tot overzees Britannia.

Limes in west-Nederland

De Nedergermaanse Limes reikt van het riviertje Vinxtbach, onder Remagen, tot aan de Noordzee. Op de Peutingerkaart is te zien waar onder meer militaire versterkingen en steden liggen. In het westen van het huidige Nederland loopt de grens langs de Oude Rijn met onder meer de castella Nigrum Pullum en Albaniana.
De Peutingerkaart is niet heel gemakkelijk te lezen. Allereerst is het geen googlemaps of een plattegrond met alles op de correcte plek ingetekend. Het is een kaart met wegen en afstanden tussen locaties. Bovendien zijn er ook wel fouten in de weergave geslopen in de loop der tijd.

Het opvallendste kenmerk is wellicht dat van oost naar west de verhoudingen beter kloppen met de werkelijkheid dan van noord naar zuid. Je ziet dat bijvoorbeeld aan de grensrivier de Rijn, op de kaart Rhenus. Hier liggen de castella ongeveer een dagmars uit elkaar. Maar we weten allemaal dat er in werkelijkheid tussen Alphen aan den Rijn en het Franse Rouen echt veel meer kilometers liggen dan tussen het noordelijke Albaniana en het zuidelijke Rattamagus.

De belangrijke locaties in westelijk Nederland zijn:

  • Rhenus = Rijn
  • Patabus = Maas
  • Forum Hadriani = Voorburg
  • Lugdunum Batavorum = Katwijk (Brittenburg)
  • Praetorium Agrippina = Valkenburg
  • Matilo = Leiden-Roomburg
  • Albaniana = Alphen aan den Rijn
  • Nigrum Pullum = Zwammerdam
  • Laurium = Woerden

Van deze locaties is Katwijk in zee verdwenen. De locatie van dit castellum is daarom onbekend. Op de Peutingerkaart ontbreekt Bodegraven. Dit komt waarschijnlijk omdat bij toeval geen Romeinse wegenkaart is aangetroffen uit de periode dat hier een Romeinse militaire versterking ligt.


Omdat de Peutingerkaart een wegenkaart is, ziet deze er heel anders uit dan een moderne landkaart. De kaart is meterslang en maar 38 centimeter hoog. Daarom is de manier van weergeven, zoals op een moderne trein- of metrokaart.

Romeinse wegenbouw & Via Albaniana

De Romeinen waren meesters in het aanleggen van goede wegen door het gehele Romeinse rijk tot aan de Nedergermaanse grens bij o.a Albaniana en Nigrum Pullum. In totaal is een kleine 90.000 kilometer weg aangelegd in het groot Romeinse rijk.
Die wegen dienden vooral voor aan- en afvoer van de vele soldaten die de gebieden moesten veroveren en daarna die grenzen bezet houden, maar ook voor het vervoer van handel, vee en levensmiddelen.

Zo’n Romeinse weg is niet zomaar even snel aangelegd, maar had een doordachte constructie. Om te laten zien hoe een Romeinse weg zo’n 2.000 jaar werd aangelegd heeft in 2021 een groep vrijwilligers van vereniging Vrienden van Archeon in 2021 met eigen handen een stuk Romeinse weg aangelegd in Archeon. Daar is tevens een permanente tentoonstelling te zien over Romeinse wegenbouw in Europa en Nederland.

Foto: Leo van Sister | Via Albaniana in Archeon, aangelegd voor VVvA vrijwilligers

Afgebrande castella in Zuid Holland

Tijdens de Bataafse Opstand in 69-70 zijn de grensforten langs de Oude Rijn in brand gestoken. De Romeinen steken de castella zelf in brand om te voorkomen dat de versterkingen tegen hen kunnen worden ingezet door de opstandelingen.
De Bataafse Opstand (link) is slechts een van de vele opstanden tijdens de onderlinge gevechten van de Romeinse legioenen na de moord op keizer Nero in 68. De legioenen en hun legeraanvoerders bemoeien zich intensief met de opvolging. Dat resulteert in het Vierkeizerjaar. In 69 grijpt Vespasianus de macht en deze keizer herstelt de orde.

Het begint in 69 allemaal in de kuststreek. De Cananefaten, waarschijnlijk geholpen door de Frisii, onder aanvoering van Brinno vallen in 69 verschillende castella langs de Romeinse noordgrens aan. Als eerste is er een aanval op twee cohorten Romeinse legionairs die, waarschijnlijk bij het castellum van Valkenburg, in winterbivak verblijven.


Vervolgens worden de castella Fectio (Vechten), Matilo (Leiden), Albaniana (Alphen aan den Rijn) en Nigrum Pullum (Zwammerdam) door de opstandelingen belaagd en uiteindelijk door de Romeinen zelf met de grond gelijk gemaakt. Daarna is het de beurt aan Traiectum (Utrecht) en dan pas sluiten de Bataven onder leiding van Julius Civilis zich aan bij de opstand.

De oude Rijn in Romeinse tijden en nu

In de Romeinse tijd ligt de hoofdstroom van de machtige rivier de Rijn noordelijker dan tegenwoordig. Het meeste water stroomt richting Noordzee via de Kromme Rijn, Neder-Rijn en Oude Rijn. Rond het jaar 800 is de Oude Rijn echter een kleine zijtak van de naar het zuiden verschoven rivier geworden.
Doggerland ligt tussen Groot-Brittannië, de Nederlandse en Duitse Noordzeekust en de Scandinavische landen. De Rijn en de Theems ontmoeten elkaar en stromen als een machtige rivier de Atlantische Oceaan in. Dan eindigt de laatste ijstijd, ongeveer 11.000 jaar geleden. Er stroomt veel smeltwater de zeeën in. Dat gebeurt wereldwijd waardoor de zeespiegel sterk stijgt. De grote laagvlakte van Doggerland verdwijnt zo langzaam maar zeker onder de instromende Noordzee.


Ongeveer 7500 jaar geleden is Nederland ongeveer half zo groot als tegenwoordig. Het ligt echter eindelijk aan de kust van het Noordzeebekken dat nu vol is. De zeespiegel stijgt nog steeds, maar de afzetting van klei en zand gaat net zo snel. Het land bestaat voor een groot deel uit uitgestrekte veengebieden.
De hoofdstroom van de Rijn ligt tot dan centraal in het deltagebied, maar dat verandert.

De rivier kiest, geholpen door de dam van Drusus (link: https://www.romeinen.nl/weten/themadossiers/archeologie/artikel-de-dam-van-drusus ) aangelegd rond het jaar 11 voor het begin van de jaartelling, een meer noordelijke route. Daarna stroomt tot ver in de Romeinse tijd het water via de nieuwe hoofdstroom van de machtige rivier via de Kromme Rijn, Neder-Rijn en Oude Rijn de Noordzee in.

Vanaf de derde eeuw krijgt de hoofdstroom van de rivier steeds meer last van erosie. Deze ontstaat onder meer door ontbossing stroomopwaarts. Door de daarop volgende erosie van het land slibt de rivier langzaam dicht. Maar, belangrijker wellicht is dat de Dam van Drusus niet meer wordt onderhouden. Dan verschuift de hoofdstroom zuidwaarts. Rond het jaar 800 is de Oude Rijn een kleine zijtak van de grote rivier Rijn geworden.


Vanaf de elfde eeuw worden dijken langs grote rivieren aangelegd. De kleinere, zoals de Oude Rijn, worden afgedamd. In de twaalfde en dertiende eeuw verandert het landschap onherkenbaar door de ontginning en verkaveling van veengebieden aan beide zijden van de rivier.


Tegenwoordig is de Oude Rijn aanzienlijk smaller en ondieper dan in de Romeinse tijd. De dichte lintbebouwing staat op beide oevers op de nauwelijks zichtbare dijken van de zwaar gekanaliseerde rivier.

Foto: stichting RSW; Romeins schip op de oude Rijn

Reconstructie van castellum Albaniana

Als er archeologische opgravingen worden gedaan, is er vaak ook sprake van reconstructies van wat er is gevonden. Van het eerste Romeinse castellum Albaniana is op basis van de opgravingsresultaten inderdaad een goede reconstructie gemaakt. Deze is te zien in het Romeins Museum en er wordt een maquette op het Rijnplein geplaatst.
Van het eerste castellum Albaniana is een getekende reconstructie gemaakt. Deze is te zien in de permanente expositie van het Romeins Museum. De reconstructie is door Echo information Design verwerkt in een virtual reality-achtige film waardoor het lijkt alsof de bezoekers een wandeling door het castellum maken.


Dezelfde reconstructie is verfijnd door archeoloog Julia Chorus. Zij werkt samen met kunstenaar Marc van de Aa aan een maquette van het Alphense castellum. Deze wordt in brons gegoten en op het Rijnplein geplaatst, vlak bij de oorspronkelijke locatie van het castellum Albaniana.

Om een reconstructie van castellum Albaniana te kunnen maken, moesten de opgravingsresultaten plus zoveel mogelijk andere relevante informatie bij elkaar worden gelegd. Vooral als er delen van gebouwen ontbreken, zoals hier grotendeels het middendeel van het castellum, is het zaak om een goede wetenschappelijk onderbouwde en weloverwogen invulling van de ontbrekende onderdelen te maken. Dat gebeurt door het vergelijken met andere soortgelijke bouwwerken en door deskundig interpreteren van wat er dan wel is opgegraven.

Van Albaniana is vooral veel van het eerste houten castellum bewaard gebleven. Er zijn veel sporen in de boden gevonden, maar ook veel relatief goed bewaard en dateerbaar hout. Er zijn ook veel voedselresten en botanische resten aangetroffen. Daarnaast zijn er heel veel spullen gevonden: serviesgoed, delen van wapenrustingen en gereedschap. Ook munten en persoonlijke spulletjes zijn opgegraven.


Het eerste castellum is in het jaar 40-41 gebouwd. Direct na de omwalling is begonnen met de kadewerken, vanaf 42. Het houten castellum is verschillende keren ingrijpend opgeknapt en verbouwd. Tijdens de Bataafse Opstand (69-70) heeft het Romeinse leger het castellum verlaten en in brand gestoken.
Van de tweede en derde bouwfasen is veel minder gevonden. Dit komt omdat het Romeinse steenwerk is weggehaald, een kleilaag op het castellumterrein is afgegraven en omdat latere bebouwing deze resten verder heeft vernietigd.

Zeer veel nuttige informatie over het langdurig Romeins verblijf in ons land en wat dat allemaal heeft meegebracht kun je lezen op de speciale Limes website van Romeins Alphen. Bron: https://romeinsalphen.nl/

Reconstructie castellum Albaniana | Bron: Echo information design